Indische families en hun voorouders
Voorouders nemen een bijzondere plek in bij Indische families. Het is zelfs een erg intrigerend onderwerp, want wie heeft niet de ongelooflijke verhalen over guna guna gehoord? Daar spelen de geesten van de voorouders maar al te vaak een belangrijke rol in. Oom Herman, de legendarische Indische oom die besloot in Indonesië te blijven toen het land zijn onafhankelijkheid kreeg, liet zijn Soendanese vrouw elke avond wat rijst en wat ei in huis zetten. Het was een offer aan de geesten van de voorouders, want die wilden volgens oom Herman vreselijk graag dat er aan ze gedacht werd. En als hij dat niet deed gebeurde er altijd wel iets vervelends. Een verkoudheid, druk bij het postkantoor als hij daar zijn pensioen op ging halen of soesa met de kinderen. Het kan best zijn dat het andersom was en dat telkens als er iets vervelends gebeurde hij naar een verklaring zocht en dan bedacht dat zijn vrouw vorige week donderdag zeker vergeten was het offer te brengen. Het maakt niet uit. Waar het om gaat is dat oom Herman de hulp of plagerijen van zijn voorouders in zijn leven verantwoordelijk achtte voor diarree en een goed schoolrapport van zijn kleindochter. Zijn voorouders waren er gewoon, of je daar nu in wilde geloven of het onzin vond. En werden de problemen al te groot dan riep oom Herman de hulp in van de dukun, die een speciale relatie met de geesten van de overledenen had.
Kinderen groeiden op met zulke verhalen over zwarte kunst en wonderbaarlijke genezingen. Kregen ze de sterke staaltjes van bovennatuurlijke machten niet te horen van broers of zusjes, of op feestavondjes als ze de volwassenen erover hoorden, dan hoorden ze ze wel van de Indonesische bedienden (die toen natuurlijk nog niet zo heetten, maar inlanders genoemd werden).
Het waren trouwens ook heel behulpzame verhalen bij de opvoeding, want als je je niet gedroeg kon je met die geheimzinnige krachten te maken krijgen en dat was wel het laatste wat je zou willen. Zo’n ongrijpbare vrees voor gevolgen van misdragingen kan zeer effectief zijn om kinderen op het rechte pad te houden.
Maar in heel andere zin blijken de voorouders van Indische mensen belangrijk te zijn geweest, zeker in de koloniale periode. In een samenleving die sterk klassen- en kleurbewust was, kon afkomst behulpzaam zijn bij de sociale mobiliteit. Het was immers een kolonie en de sociale hiërarchie werd bepaald door je verwantschap met volbloed Europeanen. Hoe dichter je bij de koloniale overheersers stond – de Nederlanders – des te groter je kansen waren. In de eerste plaats was het aan je huidskleur te zien, maar ook je stamboom kon daarbij goed van pas komen. Vandaar dat Indische mensen veel waarde hechtten aan hun stamboom. Trots werd gewezen op de Rotterdamse bakker waar ze afstammelingen van waren of misschien zelfs wel van een assistent-resident. Als de ‘inlandse’ voormoeder teruggevoerd kon worden tot een Madoerese prinses dan was dat ook mooi meegenomen, want daar hoefde je je dan in ieder geval niet zo erg voor te schamen. Ook in Nederland behielden veel Indische mensen nog vaak interesse in hun stamboom, hoewel het nauwelijks nog enige functie had.
In de meeste Aziatische culturen is er veel respect voor de voorouders. Zeker als ze nog leven. Hoe ouder, hoe meer invloed men heeft, en hoe meer wijsheid men krijgt toegedacht. Dat is zeker zo in het Confucianisme, maar ook in andere Aziatische landen is er respect voor ouderen. Pas in individualistische samenlevingen waar het gezin geen belangrijke functie meer heeft gaat dat veranderen. Waren de voorouders eenmaal overleden, dan diende men ze nog altijd respect te tonen door hun graf te bezoeken. Hoe lang moet je dat dan doen? Chinezen zeggen dat je tot de vijfde generatie voor je, dat vol moet houden. Dus tot de opa van je opa, tot de oma van je oma. Eigenlijk komt het erop neer, dat je het moet doen zolang het mogelijk is om je iemand te herinneren. Dat is een mooie gedachte: zolang mensen nog weten wie iemand was, verdient hij respect en leeft hij dus automatisch ook voort. Daarom zijn mensen in Aziatische culturen zonder kinderen meestal erg ongelukkig. Wie zal hun geest verzorgen als ze er niet meer zijn? Je hebt kinderen nodig om voort te leven in de gedachten van je geliefden.
In die zin zijn de voorouders ook heel concreet. Het zijn beslist geen spoken in witte lakens zoals mensen die er niet vertrouwd mee zijn over ze denken en praten. Nee, ze bestaan gewoon: het zijn de geesten van je voorouders, die je verzorgt door aan ze te denken en hun woorden en wijsheden serieus blijft nemen omdat je ze respecteert, en die in ruil daarvoor over je waken. Dat element kan niet in een Indische familiefilm ontbreken. Ga de film maar zien om te weten wat voor rol de voorouders in de belevingswereld van de hoofdpersonen van het verhaal spelen, hoe hun stemmen doorklinken en hoe ze helpen.