Flash variant

Opnamen in Nederland afgerond

De opnamen voor de film ‘Ver van familie’ van Marion Bloem, die begin juni aanvingen, werden op 6 augustus afgerond voor het deel van de film dat zich in Nederland afspeelt. Na 35 draaidagen kan de crew naar New York verhuizen. Daar vinden de opnamen plaats in de stad, waar Barbie (Terence Schreurs) aan het begin van het verhaal woont. 


Vooral de twee weken dat er in Radio Kootwijk werd gedraaid, waar het museum te vinden is en waar de opening van de expositie die Astrid Captain (Camilla Siegertsz) getoond wordt waren knap hectisch. Met honderden figuranten en ook nachtopnamen vergde het een extra inspanning van cast en crew. Dankzij de vele Indische medewerkers werd het ook een feest van de herkenning, want alle kleine details die nooit in andere Nederlandse films te zien zijn, dragen bij aan een speelfilm die ‘echt’ Indisch wordt.

Hier was ook gelegenheid voor de media om een bezoekje te brengen. Zie voor interviews met oma Em (Anneke Grönloh), Barbie (Terence Schreurs), Debbie (Nada van Nie) en Denise (Katja Schuurman) de volgende link.

Het was geen gemakkelijke productie omdat het verhaal zich in 1965 en in 1986 afspeelt. Bovendien kwam het er op aan dat er een ‘Indische sfeer’ was. Daarom moest er een enorm beroep gedaan worden op het art department. Dewi van den Heuvel, art director bij 'Ver van familie', schrijft daarover:
 
"Het was erg zwaar. Aan het einde waren we helemaal uitgeput. Sommige leden van het art department hebben aangegeven dat ze zich nooit meer willen bezig houden met film. Zomaar een paar typische uitspraken die ik, vrijwel zonder uitzondering, heb gehoord van art-collega’s of zelf weleens heb uitgeschreeuwd. 'Ver van familie' was zwaar maar tegelijkertijd een van de dankbaarste art-klussen die ik heb mogen klaren. En dat met het prettigst, goed op elkaar afgestemde denkbare art department ooit! 'Ver van familie' is een dankbaar karwei gebleken voor het art department. Zestien grote sets, een niet bestaand Nederland-Indisch museum, de Indische jaren zestig, een bushalte aan de A10 à-la jaren tachtig, een dito tijdperk Intensive Care (Terry Gillliam-films als sprankelend voorbeeld?), of wat dacht je van een Indische boederij in Friesland (lees: het Utrechtse Groene Hart)? Voor mij persoonlijk had de productie nog een andere lading: ik kom uit een Indisch nest, ik mocht stukken eigen jeugdherinnering reproduceren. Maar toch deed de film een beroep op de grootst mogelijke creativiteit van alle art leden. Veel ging over tijdperken die we niet hadden meegemaakt of maar dunnetjes konden herinneren. Waar mijn oma iets zinnigs over kon zeggen, maar verder... Om toch invulling te mogen en kunnen geven aan die Nederlands-Indische wereld, zo vervlogen en toch ook nog steeds zo levend, is prachtig geweest. Ik hoop dat het eindresultaat dit voelbaar en zichtbaar zal maken.”