Flash variant

Anak Kolong


Oma Em, één van de hoofdpersonen van de film Ver Van Familie, is een anak kolong of ‘palenkind. Het is één van de typische begrippen die stammen uit de koloniale samenleving en illustreren wat een systeem van rassenscheiding inhoudt. Weinig mensen weten nog wat het betekent
 
De soldaten die geronseld werden voor het koloniale leger waren jonge mannen en hadden gezonde seksuele verlangens. In 1914 waren er zo’n 40.000. Die konden niet zo maar drie jaar lang ergens in een afgelegen gebied in de Indische archipel worden geplaatst. Hun verlangens kon men niet zo maar negeren. Het was echter niet de bedoeling dat de soldaten al te intiem met de plaatselijke bevolking werden. Logisch, want die moesten ze juist onder controle houden. Seksuele of zelfs romantische relaties, laat staan kinderen, zou zorgen dat ze in geval dat nodig was niet altijd de keuzen zouden maken die de koloniale overheid van ze verwachtte. Daarom was er een zeer levendige prostitutie in de buurt van kazernes, die oogluikend door de bestuurders werd toegestaan. Het Nederlands parlementslid H. van Kol, die de kolonie in 1902 bezoekt, schrijft over de misstanden rond de prostitutie en de vele geslachtsziekten bij de ongetrouwde militairen van het KNIL. Hij beschrijft hoe de Hollanders ‘drinken, vechten en hoereren’. Eén van de mannen geeft zijn dochtertje van dertien aan een collega ‘om haar voor huishoudster op te leiden’ (u kunt raden wat met huishoudster bedoeld wordt) en een ander deed het met de dochter die hij bij zijn inlandse vrouw (njai) had gekregen. ‘Bloempjes plukken uit eigen tuin’ werd dat genoemd. Er circuleerden in die tijd dan ook serieus plannen voor het opzetten van staatsbordelen om dat probleem op te lossen. Die zouden dan gecontroleerd kunnen worden op geslachtsziekten. Zo ver is het echter nooitgekomen
 
Voor de soldaten die naar Aceh moesten om daar in de oorlogen om het gebied te ‘pacificeren’ te vechten had men ook een oplossing. Er werden jonge meisjes uit arme boerengezinnen in midden Java geronseld om in de kazernes als baboe (huishoudster) te werken. Die baboes deden echt meer dan uitsluitend de was. Officieel deelden ze het bed niet met de militairen. In de tangsi, de kazerne, sliepen ze op onder het bed dat op palen stond. En daar werden ook de kinderen geboren die ze kregen door het samenleven met de betreffende militair. Omdat ze onder het bed – tussen de palen – geboren was, werd ze anak kolong of palenkind genoemd. In die tijd vond men dat bepaald niet iets om trots op te zijn en anak kolong werd gebruikt als scheldwoord.
De vrouwen hadden geen rechten en konden niet weg zonder een ontslagbriefje (surat lepas). Een huwelijk was uitgesloten. Dat was namelijk verboden. Pas na 1914 veranderde dat. Pas toen ook werd het ook gemakkelijk om de kinderen die ‘in concubinaat’ geboren waren te erkennen.

Het duurde overigens nog heel lang voor een ander vervelend gevolg van de rassenscheiding (die inmiddels vervangen was door een onderscheid op basis van religie) verdween. De weeshuizen zaten tot ver in de jaren dertig van de vorige eeuw namelijk vol met kinderen van Hollandse soldaten die overleden waren, terwijl hun inlandse vrouw nog leefde. De Nederlandse overheid achtte het uitgesloten dat een moslem vrouw in staat zou zijn om een christelijk kind op te voeden. Haar rechten en wensen waren volledig ondergeschikt aan het idee van de Europese superioriteit. Trouwens, ook de kinderen, die toch echt van hun moeder hielden, werd niets gevraagd.

Deze kant van de Indische geschiedenis wordt zelden verteld. Men haalt bij voorkeur herinneringen op aan het lekkere eten, de lieve baboe, de mooie landschappen. De vreemde positie waarin gemengdbloedigen (de Indo’s) terechtkwamen door deze rassenscheiding komt zelden aan de orde. De film Ver Van Familie begint met een zin van oma Em: “Ik ben een anak kolong, een palenkind. Mijn kleinkinderen weten niet wat dat betekent. Gelukkig maar.”