Molukkers en Indo's
In de film Ver Van Familie doen verschillende Molukse acteurs mee. Grace Bernardus speelt zijn dochter Paula. En Maurice Rugebregt speelt opa Paul’s jongste zoon Buddy. In de koloniale tijd zou het volledig uitgesloten zijn geweest. Men zag onmiddellijk het verschil en omdat Molukkers en Indo’s zo ver van elkaar vandaan stonden zou het absurd zijn. Alsof een Griek een Nederlandse veeboer speelt. Kan het nu dan wel? Omdat Indo’s gemengdbloedig zijn (campur zegt men in Indonesië) komen ze in allerlei kleurvarianten voor. Indo’s hebben genetisch materiaal van zowel Europese als Inlandse kant en dat betekent dat bij elke geboorte er weer een verrassing geboren kon worden. Je wist nooit welke genencombinatie ter wereld zou komen. Donker haar, donkere huid en erg donkere ogen, maar ook blond haar en blauwe ogen. Alles is mogelijk. Omdat Indo’s een aparte groep in de raciale standensamenleving van Nederlands Indië vormden - niet Nederlands en niet inlands - trouwden ze bovendien vaak met elkaar. Daardoor werd de voorraad genen die voor de uiterlijke kernmerken moesten zorgen, alleen maar nog groter en gevarieerder. Binnen één gezin konden blonde kinderen en donkere kinderen geboren worden. Molukkers waren de inlandse bewoners van de Molukken en waren allemaal donker. Molukkers zien er bovendien heel anders uit dan Javanen.
In de kolonie hadden de Molukkers wel een speciale positie, waardoor ze anders waren dan de andere inlandse bevolkingsgroepen. Velen waren door de Portugezen voordat de Nederlanders de Molukken veroverden bekeerd en Rooms Katholiek gedoopt. De protestante Nederlanders probeerden vervolgens de Molukkers te bekeren. Deze christelijke inlanders waren ideaal als soldaten voor het koloniale leger. Dat koloniale leger vocht immers geen oorlogen met buitenlandse mogendheden, maar was bedoeld om de plaatselijke bevolking onder controle te houden. Op Java en Sumatra waren dat met name moslems. De koloniale overheid maakte dankbaar gebruik van deze religieuze tegenstelling bij het werven van soldaten. De christelijke Molukkers waren de betrouwbaarste soldaten die de koloniale overheid zich wensen kon. In het leger maakten de Indo’s die geen goede opleiding hadden genoten en in het binnenlands bestuur geen kans kregen en dus op het koloniale leger waren aangewezen voor werkvoorziening, kennis met de Molukse soldaten. Op dat niveau bestond er wel enige onderlinge affiniteit. Maar verder stonden de Molukkers ver bij de Indo’s vandaan in de koloniale periode.
Nederlanders ontgingen al deze nuances in huidskleur, afkomst en positie, die in de koloniale samenleving zo belangrijk waren. Want belangrijk waren ze. Zoals Nederlanders enigszins neerkeken op Indo’s, zo keken de Indo’s weer neer op Inlanders. Het reflecteerde de maatschappelijke rangorde. Daarom vonden eerste generatie Indo’s die in Nederland kwamen het maar niets als ze voor Molukkers werden aangezien. Ze waren immers Indo’s, en dus gedeeltelijk Nederlands! Bij de tweede generatie verdween dat omdat zij die koloniale omstandigheden helemaal niet kenden. Indo’s en Molukkers trokken juist naar elkaar omdat men iets meende te herkennen. Men zat in het zelfde schuitje. Allemaal migranten die een plekje in de Nederlandse samenleving probeerden te vinden. Allemaal met nieuwsgierigheid en verlangen naar het land waar ze net nog geboren waren en als er niet vandaan kwamen, dan waren ze beïnvloed door de nostalgische herinneringen van hun ouders. In de loop van de tijd kwamen de Molukse en Indogemeenschap daardoor steeds dichter tot elkaar. Tweede en derde generatie delen nu eenmaal veel meer met elkaar dan wat ze van elkaar gescheiden houdt.
Opa Paul is trots op zijn stamboom en zijn Nederlandse achtergrond, maar hij is donker. Van zijn zeven kinderen zijn er twee net zo donker als hij: Buddy en Paula. In 2007 kunnen die rollen door Molukkers gespeeld worden. In 1967 zou dat uitgesloten zijn geweest.