Marion Bloem: "Op het moment dat duidelijk was dat we ‘Ver van familie’ zonder steun van het filmfonds moesten maken en dat ik geen tophits uit 1986 voor de film zou kunnen gebruiken, begreep ik dat ik de songs het beste zelf kon schrijven. Met
Alex Britti sprak ik over de functie en de sfeer van de muziek en wat voor iemand mijn hoofdpersoon (Barbie) was. Hij bood zijn diensten pro deo aan. Om de songs te kunnen schrijven moest hij Terence, die de songs zou gaan zingen, leren kennen en vooral haar stem horen. Ik stelde Terence en Alex, die niet geheel toevallig in Amsterdam bij mij logeerde, aan elkaar voor. Daarna sloot ik die twee in mijn atelier op met alleen mijn drie songteksten, de gitaar van Alex, een pot thee en koekjes. Toen ik drie uur later terug kwam lagen er drie prachtige songs op mij te wachten.
‘From love to hate’, ‘Bad girl country’ en ‘Curtains’. Daarmee durfde ik de set op te gaan. Op de muziek van ‘From love to hate’ schreef ik meer coupletten voor een later moment in de film, als Barbie over straat loopt, getiteld: ‘From hope to desolation’.
Stephan Jankowski heeft Terence gitaar leren spelen en de drie composities van Alex Britti in eerste instantie met haar in zijn studio opgenomen. Naderhand zijn ‘From love to hate’ en ‘Curtains’ bij Patrick Drabe in de studio opnieuw opgenomen. En Patrick heeft ‘Bad girl country’ moeten aanpassen om die song in de montage als score toe te passen.
Met betrekking tot filmmuziek maak je onderscheid tussen score en source. Je noemt score wat aan de film wordt toegevoegd om een muzikaal effect te bewerkstelligen. Source is bijvoorbeeld wat er in de scène via de radio te horen is. Of wat je hoort als het personage in de scène zingt.
De songs die Alex Britti schreef waren bedoeld als source. Maar om de film strak te houden zijn er scènes waarin Barbie in Nederland op straat zingt vervallen. Dus werden twee van de drie songs source. Alleen ‘Curtains’ bleef score. Met die song begint de film.
De volgende stap was het schrijven van de oma-song voor het karakter Denise, dat gespeeld zou worden door Katja Römer-Schuurman. Ook dit lied was bedoeld als SOURCE. Ik had daarvoor een Nederlandstalige tekst geschreven en wilde dat deze compositie heel anders van stijl zou zijn. Het moest luchtig worden: een Nederlands tophitje over een Indische oma. Denise zou de tekst volgens het verhaal zelf geschreven moeten hebben en haar echtgenoot Thomas zou de muziek ervoor hebben gemaakt. Omdat het een tophit uit 1986 moest voorstellen heb ik Ernst Jansz hiervoor benaderd.
Ernst was erg druk, op tournee, maar heeft zich er desondanks in de kleedkamers, geheel pro deo, over gebogen. Ik was erg blij met het eindresultaat. Toen ik het tijdens een repetitie liet horen aan begonnen de actrices het refrein al mee te zingen en het liedje liet ze niet onberoerd.
‘Oma’ is bij Patrick Drabe in de studio opgenomen. Katja is het daar komen inzingen omdat ze het in de film zichtbaar moest playbacken. De arrangementen voor ‘Oma’ zijn door Patrick Drabe en Maurice Rugebregt geschreven. Maurice speelt gitaar, klarinet wordt gespeeld door Stanislav Mitrovic, en de pre-mixage is van Arno Peeters. Maar zoals dat hoort is de eindmix van alle muziek, dus ook ‘Oma’ door de sound designer Peter Warnier gebeurd.
Maar voor Barbie had ik nog veel meer in petto. Tussen de repetities door, tot diep in de nacht, soms tot ’s morgens vroeg als ik weer met acteurs aan het werk moest, schreef ik de teksten. Omdat Alex Britti inmiddels te druk was met zijn MTV-acoustics LIVE dvd zocht ik naar een andere componist. Die was dichter in de buurt dan ik kon vermoeden: Mirjam Verheem, de levenspartner van Maurice Rugebregt, en tevens de moeder van Merel, het meisje dat de kleine Barbie speelde. Zij had zich al pro deo beschikbaar gesteld om Katja te begeleiden bij het inzingen van het OMA-lied. Toen ik diep in de nacht mijn eerste songtekst naar haar stuurde was zij zo geïnspireerd dat zij de volgende ochtend tijdens het ontbijt met Maurice al iets in elkaar kon zetten dat ik via de telefoon kon beluisteren. Mirjam Verheem schreef de ontroerende composities ‘A hundred rainy days’, ‘Don’t leave me now’, ’She’s the sound of water’ en ‘Whispering voices’. De song
'She’s the sound of water' is in de film de song die Barbie over haar oma schreef. Ik schreef die song namelijk voor mijn eigen oma. Terence dacht, terwijl ze de song ten gehore bracht, aan haar eigen oma... Toen ik met de montage van de film bezig was werd ik erg gesteund door Patrick Drabe, die altijd klaar stond om de studio in te duiken en nachtenlang aan het werk was voor de filmmuziek. Ik sprak mijn eigen kennissenkring voor het vinden van goede krontjong musici en James King, een Indische jongen die ik kende uit mijn jeugd omdat hij logeerde bij mijn Indische gitaarleraar, draafde pro deo op met zijn vriendin en vrienden om bij Patrick krontjong te spelen. Eldridg Soetanto, pas vijftien jaar oud, speelde pro deo viool, want het moest echte krontjong worden. Patrick zelf kende ook nog een zangeres... En zo kregen we de Indische sfeer voor de film precies zoals we het wilden hebben.
In de montageperiode zocht ik naar de juiste componist die raad zou weten met de diversiteit aan muziek in de film en die voldoende ‘feeling’ zou hebben met het Indische om samen met mij de juiste muzikale balans te vinden. Omdat er al zoveel duidelijk was met betrekking tot de muziek en de belangrijkste keuzes gemaakt waren, zocht ik iemand die de taak van supervisie op zich wilde nemen. Dat werd Fons Merkies, die getrouwd is met actrice Camilla Siegertsz die de rol van Astrid speelt.
De eerste versie van de film werd per koerier naar Alex Britti gebracht die in zijn eigen studio volgens zijn intuïtie met de ‘slide-dobro’ (gitaar) improviseerde bij de scènes van Barbie. Met dat materiaal was ik erg blij. Samen met Fons Merkies, heb ik die gitaarstukken van Alex in de film geplaatst om de innerlijke sfeer van Barbie weer te geven, daar waar we geen gebruik maakten van haar songs. Het was erg fijn om met Fons samen te werken omdat hij de afstand had tot de film die ikzelf op dat moment miste.
Fons en ik gingen samen de hele film nauwkeurig door en Fons wees me op de momenten waarin volgens hem teveel of te weinig SOURCE of SCORE zat. Ook dwong hij me na te denken over de scènes in het museum. Wat voor muziek zou Astrid laten horen tijdens de vernissage?
Ik wist zeker dat Astrid niet zou kiezen voor Indonesische muziek, maar voor Indische varianten omdat het immers om een Indische en niet om een Indonesische tentoonstelling ging. Een intelligente vrouw als Astrid, die haar research goed gedaan heeft, zou het zeker niet beperken tot krontjong. Ze zou zich bewust zijn van het bestaan van ‘fusion’, en ze zou op de hoogte zijn van de nieuwe muzikale uitingsvormen van migranten. Vanuit dat oogpunt zou ze die ook willen laten horen.
Maurice Rugebregt en Patrick Drabe, die zich binnen hun eigen muzikale carrière bezig hielden met hun eigen muzikale interpretaties van integratie en assimilatie konden mij leveren wat ik zocht. En Fons Merkies maakte speciaal voor deze scènes op mijn verzoek geschikte ‘museummuziek’.
Door de gelaagdheid van de film had ik dus te maken met diverse ‘leveranciers’ van SCORE en SOURCE.
Mijn oma, die een anak kolong was, net als de Oma EM in de film, had de keren dat ze met mijn opa op verlof was in Europa, vòòr de Tweede Wereld oorlog, een aantal opera’s zien. Eenmaal in Nederland, toen zij als eerste televisie had, mocht je haar niet storen als er een opera werd uitgezonden. Ook had ze een radio in de keuken die aanstond als er een opera te horen was. Haar Poolse vader hield ook van opera, zei ze, en hij zong vaak stukken opera in de kamar mandi, wist ze nog van vroeger.
Toen ik in 1978 vol trots een cassettebandje liet horen van gamelanmuziek, dat ik uit Indonesië meegenomen had, was haar reactie niet zoals ik had verwacht.
”Ach, al bossan”, zei ze. Dat betekende dat ze dat soort muziek beu was. Ze had haar hele jeugd door dag in dag uit gamelan gehoord. Ze luisterde nu liever naar Europese opera’s.
Tijdens het koken neuriede ze ‘la habanera’.
Maar als ze krontjong hoorde ging ze dansen. Sierlijk als een Javaanse danseres.
Fons Merkies nam ook de SCORE voor de innerlijke wereld van Oma Em voor zijn rekening. Ik had hem laten weten dat ik het bamboefluitje uit de ‘degung’, de Soendanese traditionele muziek belangrijk vond omdat mijn oma ook op zo’n fluitje kon spelen. Ze kon dat serene geluid net zo goed laten horen als de Hollandse kinderliedjes die ze op de nonnenschool had geleerd. Ik zocht een oergeluid, de echte bamboefluit. Riem de Wolf nam van zijn trip naar Indonesië een hele zak vol bamboefluitjes mee.
Bart Platteau kwam naar de studio van Fons om er de fluitstukken te spelen die we voor Oma Em in gedachten hadden, in samenspel met de innerlijke monoloog.
Het slotlied schreef ik aanvankelijk met tegenzin. Liever had ik een bestaand nummer gebruikt, maar een geschikt betaalbaar nummer was onvindbaar. Toen ik aan het eind van mijn latijn was, en we nog maar een paar dagen hadden om Fons Merkies die eindsong te laten componeren, kwamen de woorden vanzelf. Ik schreef de tekst in het engels.
“In the end” werd in een heel korte tijd door Anneke ingestudeerd. Fons nam de muziek op met een strijkorkest in Praag. Piano werd gespeeld door Floris Verbeij. Ik wilde de film afsluiten met de stem van OMA EM, en daarom had ik gevraagd aan Anneke, om in haar vertolking van dit lied die diepe stem van oma Em zoveel mogelijk te benaderen. Terwijl Peter Warnier en ik met de eindmixage bezig waren, zong Anneke bij Fons de eindsong in.
Het kan zijn dat ik belangrijke feiten ben vergeten te vermelden. Die kunt u vinden in de
credits .