Over Marion Bloem

Marion Bloem (1952) is schrijfster, beeldend kunstenaar en filmmaker. ‘Feest’ was haar eerste korte speelfilm (1978) en spoedig volgden enkele andere korte speelfilms: ‘Buitenspel’ (1979), ‘Aanraken’ (1980), ‘Nieuwsgierig’(1980) en ‘Borsten’ (1981). Twee lange documentaires volgden: ‘Het land van mijn ouders’(1983) en ‘Wij komen als vrienden’ (1985). De eerste van deze twee documentaires ging over haar ouders en de aanpassingsjaren in Nederland. De tweede documentaire is er bijna het spiegelbeeld van. Het gaat over Hollandse jongens die voor de politionele acties naar Indonesië gestuurd worden, daar gekomen deserteren en na de overdracht in Indonesië blijven. In 1987 volgde de korte speelfilm ‘De tovenaarsleerling’, dat de Kidscreen award van de VPRO won. Ook op internationale festivals werden haar films bekroond (Melbourne, New York, Oberhausen). Voor televisie maakte ze de theaterregistratie Lot (1982), de multiculturele comedyserie ‘Screentest’ (1985) en de kinderserie ‘Een eenvoudige cursus voor beginners in de liefde’ (1988).

 
Na het maken van de twee documentaires zette Marion Bloem zich in om een lange speelfilm te maken over migratie, ontworteling en aanpassing. Zo’n speelfilm moest gaan over de Indische thema’s die ook in haar romans een steeds grotere rol waren gaan spelen. Over de aanpassing van de Indische migranten in Nederland, over de rol van de familie in de diaspora, over het zoeken naar de identiteit, over wat het land van de ouders nog voor rol speelt in de culturele identiteit van tweede generatie migranten. Ze schreef verschillende scenario’s voor een grote Indische speelfilm. Dat gebeurde binnen het internationale filmprogramma North by North West, het Europese programma ‘Borders’ en binnen het kader van de scenariotraining aan het Binger instituut in Amsterdam. Zo ontstonden scripts voor ‘Vliegers onder een matras’ (op basis van een kort verhaal van Marion), ‘Mooie meisjesmond’ (op basis van de gelijknamige roman) en ‘Games4girls’ (een origineel script, waar Marion Bloem later een roman op baseerde). 
 
Financiering voor de filmplannen bleek echter een onoverkomelijke barrière. Aanvragen daarvoor werden afgewezen met als argumenten dat het films zouden zijn ‘waar een Nederlands filmpubliek zich niet mee kan identificeren’ of waarin ‘Nederlanders te negatief zijn neergezet’. Daar was Marion Bloem ook al tegenop gelopen toen ze ‘Het land van mijn ouders’ wilde maken. Het plan werd afgewezen omdat ze geen afstand tot het onderwerp zou hebben en dat het beter was als een gewone Nederlander zo’n documentaire zou maken. Uiteindelijk lukte het toch de film te maken en met veel succes. Het leerde Marion Bloem dat je vol moet houden en door moet zetten. 
 
Dankzij het door de regering opgezette culturele fonds ‘Het gebaar’, dat bedoeld was als teken van erkenning van de rol die Indische Nederlanders in de geschiedenis van ons land gespeeld hebben, kwam uiteindelijk toch de mogelijkheid een Indische speelfilm te maken. ‘Het gebaar’ financiert de totstandkoming van de film ‘Ver van familie’ (gebaseerd op de gelijknamige roman van Marion Bloem). Een film over de belangrijke rol die de Indische familie gespeeld heeft in het verwerken van de trauma’s van de Tweede Wereldoorlog en de vlucht uit de koloniale samenleving die in een periode van broedertwist en bloedvergieten ineen stortte. Een film over hoe de Indische familie de migranten in Nederland hielp bij het aanpassingsproces. Een film ook over hoe uiteindelijk de Indische familie een nostalgisch onderkomen werd voor gezelligheid en lekker eten, maar geen prioriteit meer vormde voor de geïntegreerde Indische migranten. Dat alles vervat in een prachtig verhaal over een kleindochter die op zoek is naar haar grootmoeder om haar te helpen antwoorden te vinden op het mysterie rond haar bestaan. En over een oma die nog niet dood kan gaan voordat ze het laatste familielid dat haar nog nodig heeft het geheim van het leven heeft doorgegeven.